Altijd gelukkig, licht ontgift en graag vóór maandag gefixt!

(Maar zo werkt het dus niet)

 

Er is altijd wel een moment waarop mijn hoofd besluit dat het tijd is voor een totale upgrade.

Nieuw jaar. Nieuwe maand. Nieuwe maandag. Nieuwe vibe. Nieuwe ik.

Mijn brein staat al in turbomodus terwijl mijn lijf nog in pyjama staat.

Dan komt dat vertrouwde riedeltje:

Meer sporten, nog gezonder eten, beter slapen, minder stress, meer rust, strakker lijf, helderder hoofd — en als het even kan ook nog een verlichte ziel graag!

Goede voornemens verkopen geweldig.

Ze voelen als controle in een wereld die ondertussen letterlijk in brand staat.

Alsof je met een lijstje, een sapkuur en een crashdieet de chaos even kunt managen.

En daar zitten ze dan: de beloftes van “10 kilo in 6 weken”, “zonder honger” en “voor altijd resultaat”.

We weten allemaal dat het te mooi is om waar te zijn… maar toch klikken we.

Want hé — wie wil er nou níet even snel gefixt worden?

De detox-industrie doet daar nog een schepje bovenop.

Drie dagen sapjes, twee weken zonder “alles wat leuk is”, nul plezier, maar wel een soort morele overwinning.

Alsof je leven een vuilnisbak is die je met bleekselderij kunt resetten.

We doen allemaal alsof we niet weten dat we een paar dagen later weer gewoon op de bank zitten met koffie, chocola óf wat dan ook — maar hé, de illusie is te lekker om te laten gaan.

 

Ondertussen zitten we massaal in dezelfde ratrace:

Harder rennen, meer presteren, nóg fitter, nóg gelukkiger, nóg productiever, nóg meer “in balans” — terwijl we van binnen allang op instorten staan.

En ik?

Ik rende vaak gewoon mee. Natuurlijk.

Mijn hoofd is een ideeënfabriek: plannen, schema’s, doelen, verbeteringen — voor mezelf en voor iedereen om me heen.

Handig en leuk, maar soms ook uitputtend.

Mijn triggers zijn er nog steeds:

Te veel willen, te snel gaan, te streng zijn, vergelijken en vooral… te weinig rust nemen.

Alleen — ik spring er niet meer overal bovenop alsof het een noodsituatie is.

Vroeger dacht ik bij elke hobbel: er klopt iets niet met mij, dit moet gefixt.

Nu weet ik: vaak ben ik gewoon “verslaafd” aan mijn eigen mentale drama.

Iets voelt oncomfortabel → mijn hoofd wil meteen ingrijpen.

Ik ga dan compenseren, corrigeren, optimaliseren of mezelf aanpakken.

En hup… daar is de dopamine van het nieuwe plan.

Niet omdat het nodig is, maar omdat mijn brein houdt van actie!

En dan dacht ik weer: reset, detox, streng regime — want eerlijk?

Het is gewoon veel aantrekkelijker om radicaal te doen dan rustig en realistisch.

 

Twee jaar geleden had ik hier een prachtige praktijkles in.

Ik ging een fotoshoot doen — puur “voor de ervaring”.

Tenminste… dat was het idee.

In mijn hoofd had ik natuurlijk een subtiel plan:

“Even” droog trainen, strak, gepolijst, fotoproof.

Een mini-projectje van mezelf maken, want ja… dat kan ik.

Alleen bleek al vrij snel: Dat was op dat moment totaal niet realistisch.

Mijn lijf was er niet klaar voor, mijn hoofd was er niet klaar voor, met een verleden van eetstoornissen waren er op dat moment teveel triggers.

En dat is niet wat ik uit wilde dragen, niet naar mijn kinderen, niet naar mijn klanten.. En eigenlijk was ik er ook niet klaar voor, omdat ik ook wel wilde laten zien dat het anders kan.

Dus stond ik voor een keuze:

– niet gaan omdat ik niet “perfect” in shape was,

óf

– gaan als mezelf.

Ik ging. Gewoon zoals ik op dat moment was. Met alles wat erbij hoorde.

En ja… stiekem wilde ik nog steeds droger, strakker, gespierder — want dat brein gaat heus niet ineens uit.

Maar achteraf was dit zóveel toffer. Niet omdat de foto’s perfect waren. Maar omdat de ervaring klopte.

Het doel bleek niet: “er goed uitzien voor de buitenwereld.”

Het doel was: meedoen, beleven, voelen, lachen, en mezelf vooral niet afbranden onderweg en laten zien dat het anders kan.

Dat was eigenlijk veel radicaler dan welke detox ook.

 

Hetzelfde met motivatie.

Januari zit vol MOETivatie:

“Ik moet afvallen.”

“Ik moet weer sporten.”

“Ik moet gezonder leven.”

“Ik moet rustiger worden.”

Werkt fantastisch…

… ongeveer drie weken.

Tot het leven gewoon weer leven doet.

Drukte, emoties, vermoeidheid, gedoe — en je hele plan stort in als een slecht gebouwd kaartenhuis.

En dan voel je je mislukt, terwijl het plan eigenlijk al mislukt was vóór je begon.

Wat wél werkt, is wanneer iets echt van binnenuit komt.

Niet omdat het moet.

Maar omdat het klopt.

En daar is bij mij wel iets wezenlijks verschoven.

Ik wil nog steeds fitter.

Sterker. Ja — ook strakker.

Ik ben geen zen-monnik op een berg, ook gewoon een vrouw met ambities én een lijf.

Maar met één cruciaal verschil:

Ik hoef mezelf niet eerst kapot te maken om “goed genoeg” te zijn. Been there, done that.

Ik heb allang ingezien dat altijd strak en gelukkig willen zijn een vermoeiende mythe is.

Alsof geluk een soort eindstation is waar je ooit permanent kunt wonen.

Het leven bestaat uit pieken en dalen — niet omdat wij falen, maar omdat dát letterlijk het pakket is.

Zonder diepte geen groei. Zonder chaos geen wijsheid. Zonder shit geen verhalen.

En die ratrace? Die stopt niet vanzelf.

Die stopt wanneer jij besluit niet elk rondje mee te rennen.

Mijn hoofd gaat nog steeds alle kanten op — plannen genoeg!

Maar soms is herstel belangrijker dan presteren.

Soms is minder doen het meest volwassen wat je kunt doen.

En soms is één kleine, eerlijke keuze krachtiger dan het tiende “nieuwe begin”.

Geen detox. Geen quickfix. Geen nieuwe versie van mezelf.

Gewoon bewustzijn, humor, zelfspot en een beetje zachtheid voor die vrouw die al hartstikke hard haar best doet.

Misschien hoef je jezelf dit jaar niet te fixen.

Misschien hoef je alleen te stoppen met doen alsof alles kapot is.